Beginpagina Geschiedenis Locatie Onderzoek Artikelen Contact


Werkverruimingskamp Twilhaar

In de crisisjaren vlak voor de oorlog besloot de Nederlandse overheid actief de grote werkloosheid tegen te gaan door het instellen van de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Deze dienst kwam met vele plannen om werkgelegenheid te verschaffen waarbij zogenaamde kampen voor de werkverruiming werden gebouwd om de arbeiders te kunnen huisvesten.

Rijkswerkkamp Twilhaar was een van die werkverruimingskampen. In 1939 verkochten Ter Horst en Co.N.V. gronden en opstallen op de Sallandse Heuvelrug aan Staatsbosbeheer, die de percelen kocht ten behoeve van de werkverruiming die op de Twilhaar zou plaatsvinden.

Of het uitbreken van de oorlog de plannen heeft opgehouden is onduidelijk, uiteindelijk is het werkverruimingsplan Twilhaar doorgegaan zoals gepland.

Op 6, 7 en 10 augustus 1940 verschijnen er in verschillende kranten berichten dat er in de bossen op de Twilhaar een barak gebouwd gaat worden voor werklozen van elders, die t.z.t. tewerkgesteld zullen worden in de bossen van het Staatsbosbeheer en dat er ook een woongelegenheid voor de kok gemaakt wordt.

Twilhaar is vermoedelijk door Roelofs en Haase uit Rijssen gebouwd volgens een blauwdruk die voor alle kampen van de werkverruiming gold: een kantine, een kok- of beheerderswoning en twee lange in v-vorm geplaatste woonbarakken, samen met een capaciteit van 96 bewoners.

Eind december van dat jaar wordt het kamp opgeleverd en vermoedelijk in januari 1941 verschijnen in de Nijverdalse bossen de eerste werkverruimingsarbeiders. Het waren zeelieden uit Scheveningen en Den Haag, die door de Duitse bezetter te horen hadden gekregen dat ze niet meer mochten uitvaren met hun boten.

Elke twee weken stapten ze bij Holland Spoor in Den Haag op de trein om naar het oosten van het land af te reizen. Daar werden ze op de heidevelden aan het werk gezet om woeste grond te ontginnen nabij boerderij Twilhaar.

De werkzaamheden stonden onder toezicht van Staatsbosbeheer, die de heer Roebert, afkomstig uit Steenwijkerwold, aanstelde als opzichter. Hij ging wonen in boerderij Twilhaar, adres 8C Haarle, daar waar later het kantoor van Staatsbosbeheer werd gevestigd. Deze boerderij staat er nog steeds.

Dat de Nijverdalse bevolking begaan was met het lot van deze ontheemde mannen blijkt wel uit de oprichting van een Comite met als doel het verblijf van de zeelieden te veraangenamen. Burgemeester Witschey van Hellendoorn nam dit initiatief in april 1941. Er werden vanaf die tijd in de kantine van het kamp regelmatig gezellige en ook geestelijke avonden georganiseerd evenals lezingen, zowel op protestantse als katholieke leest geschoeid. Verder werd er voor lectuur en spellen gezorgd en tevens muzikale optredens. Het eerste optreden vond al op 23 april plaats met een uitvoering van het Eerste Nijverdals Strijkorkest (ENSO). Ook het orkest van de KSW heeft er gespeeld.

De hele zomer en het najaar hebben ze zich bezig gehouden met een akker bij boerderij Twilhaar waarop een boomkwekerij aangelegd kon worden die “De Plantage” werd genoemd.

Deze mannen zijn met de kerstdagen van 1941 thuis mogen blijven en na terugkeer in januari 1942 zijn ze teruggestuurd omdat het een helse winter was en ze niets konden uitrichten op de hardbevroren grond. Begin april werd de grond weer bewerkbaar en een paar weken daarna kreeg de beheerder van het kamp, Henner Hoijmann, het bericht, dat de arbeiders uit Den Haag en Scheveningen niet meer zouden komen, omdat de Duitsers het kamp wilden vrijhouden voor de komst van de joden.

We vermoeden dat de eerste groep arbeiders mogelijkerwijs van half januari 1941 tot begin april 1942 in werkkamp Twilhaar heeft gezeten.